[REPO] Kicking and Alive – KNEPH

20 mrt

I am my brother’s keeper.

Burger ben ik nooit alleen.

Vanmiddag loop ik even binnen in het Hof van Ryhove, kijken naar buitengewone werken, luisteren naar nieuwe stemmen over één thema: burgerschap. De werken kwamen tot stand met veel vrijwillige vrije tijd van de KNEPH vzw. Een raadselachtige naam. Theodoor De Roey, de kunstenaar die samen met Ilse Wijnen van de VGC de opdracht kreeg deze werken hier samen te brengen, legt het kort uit: “Kunst heeft een transformerende kracht, voor het individu en voor de samenleving, KNEPH is het begrip voor deze bezielende adem uit de kabbalah-filosofie.”

Een paar van de exposanten zijn al langer artistiek actief, voor de meeste andere is het een nieuwe weg, nu de communicatie met taal momenteel gereduceerd is tot het aanleren van een nieuwe taal, om met ceramiek en papier, wol en glas, hout en acryl te tonen waar zij hun plaats en plichten zien in hun nieuwe omgeving en wat zij van de stad verwachten.

De fijne catalogus van deze tentoonstelling kwam er op ‘initiatief van het Cultureel Erfgoedforum Brussel van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, in samenwerking met tal van organisaties’. Genoeg volk zou ik denken, een stevige sociale hangmat met dichte mazen, waar niemand doorheen valt. En toch.

Ik sta naast Theodoor De Roey. Wij kijken naar een soort maquette, voor een decor van zwartgrijze stadshuizen spelen twee jongens voetbal op een grastapijt. Een papieren auto komt gevaarlijk om de hoek. Gelukkig zweeft daarboven een zeemeermin-engelbewaarder in de blauwe hemel om het gevaar af te wenden. Mehamed Bekkay heeft zijn dromen vorm gegeven: iedereen is verantwoordelijk voor de leefbaarheid van een stad, hou het netjes, proper, veilig. “Nu is hij verdwenen”, zegt Theo. Verdwenen? Wie? “De man die dit gemaakt heeft. Wij weten niet waar hij is.” Ik ken wel mensen die uit mijn leven verdwijnen, ze nemen vaderschapsverlof of ze trekken zich voor een paar weken terug in een klooster of ze veranderen gewoon van werk en je hoort er niets meer van. Toch zou ik ze met een beetje recherche moeiteloos kunnen opsporen. Maar deze man is spoorloos. “Of hij zelfmoord gepleegd heeft? Of hij België verlaten heeft? Wij weten het niet.”

Plots krijgen al deze werken over burgerschap een vierde dimensie, alsof ze mij uitnodigen erin te springen, deel te zijn van hun dromen, vooral naar hen te luisteren en ze zichtbaar te maken, ze niet te laten verdwijnen. Zeker heeft een gemeenschap een stadhuis nodig als een huis voor de burger, een centrum met documenten en registers. Even zeker weet ik nu dat ik er als burger nodig ben. Zeemeerminnen kunnen niet altijd en overal waken.

 

Lieva