[REPO] “Mevrouw de Minister, mag het iets meer zijn ?”

21 mrt

Dinsdag, ‘s avonds voor de Lente begint, hét seizoen waarin Cultuur ontluikt. “Bij de Vieze Gasten” loopt het vol… gasten: jong, oud, professionals, en een klein aantal van -wat tegenwoordig afgrijselijkerwijs heet- de “doelgroep diversiteit”. Beatboxer Serdi is alvast prominent aanwezig in zijn thuisbasis de Brugse Poort. De hapjes zijn klaar voor de après-receptie. Het hoofdmenu is zeer de moeite waard: Joke Schauvliege. De Cultuurminister is meer dan op tijd. Fijn. VRT-coryfee Phara de Aguirre opent de avond en is blij Bart Caron (Groen) en Philippe De Coene (SP.a) te mogen begroeten. Die waren spoorslags onderweg van de Mediacommissie “in Brussel”, maar effe later. Verder klaar om te debatteren: Gentse schepen Lieven Decaluwe (Pro Gent), Jean-Jacques De Gucht (Open VLD) en Helga Stevens (NV-A). Inleiders Dominique Willaert (Victoria Deluxe) en Paul De Bruyne (lector Hogeschool Fontys) maken hun punt(en). De tot “K3” verklaarde Myriam Stoffen (Zinneke), Veerle De Schrijver (Platform-K) en An De Bisschop (Demos) brengen een stevig statement. Meer dan lezenswaardig verder op www.enterfestival.be

De verwachtingen staan hooggespannen. Een schare spre(e)k(st)ers en een honderdtal luisteraar(ster)s. Geen echte gelijke stand. Het doek mag open, de spotlights aan!

Cijfers en procenten. Ze zullen de avond domineren, de stemming drukken.Vinger op de knip voor iedereen in deze tijden van crisis. Echt voor iedereen? Ook voor de Mister Bancontact’s van deze wereld? Of passen die niet in het plaatje van de snoeischaarlogica? 3% van het geld voor Cultuur zet de overheid in voor “sociaalartistieke praktijken” (SAP). 87 miljoen euro in 2010, nog 94 miljoen in 2009. Twaalf organisaties zijn “structureel” gefinancierd. Daarnaast is er nog geld voor “projecten”, dat is dus tijdelijk per definitie, wat niet persé kortlopende financiering betekent. “Soms is het wel voor drie jaar” … dixit de minister, later in het debat.

Waarmee de toon is gezet: geld, geld, geld en procenten. In het publieksdeel komt er een rake kanttekening. Mag het ietsje meer, mag het debat ook over echte inhoud gaan? Bijvoorbeeld wat de heren en dames vinden over de sociaalartistieke praktijk zelf en of die misschien een maatschappelijke impact kan of mag hebben? Echt diepgaande reflectie blijft uit. Jammer, een gemiste kans?

En dan hét heikel punt, u weet wel, de verdeling van het geld op basis van pre-adviezen aan de Cultuurminister. Wat er zo heikel aan is: de “Beoordelingscommissie Sociaalartistiek” die de préadviezen heeft opgesteld. Want over die selecte club is er nogal wat ongenoegen. Maar ook sympathie, bijna medelijden. Het is alvast geen sinecure om als commissie je eigen cultuurcollega’s een euro of honderdduizend te ontzeggen. En het is –zo blijkt- al even onaangenaam om daarover een hele rits kritiek over je heen te krijgen. That’s life, zou je kunnen zeggen.

“Ze (de commissieleden) hebben te weinig kennis en ervaring over onze dagelijkse sociaalartistieke praktijk” is een veelgehoorde kritiek. Zo zou een uitgebreid gepland en georganiseerd bezoek aan Globe Aroma tot “een blitzbezoekje” gereduceerd zijn. “Omdat de commissieleden op tijd de trein moesten halen.” Of dat andere rondsluipend bericht…. dat in het preadvies over het “kleinVerhaal” zevenmaal oppervlakkigheid wordt verweten. Iets wat in dé sector als pertinent onwaar wordt aangevoeld. Rondtrekkende –nomadische, zoals ze het zelf noemen- projecten zouden geen wortel kunnen schieten? Nochtans bereikt het kleinVerhaal tientallen mensen uit wijken en buurten waar ze contact mee blijven houden en die op een eigenzinnige en wat “dwarse” wijze emanciperen. Wat doet een reporter in zo’n geval ? Even checken wat de “tegenpartij” vindt …

Dus, dan maar eens bellen met “Beoordelingscommissievoorzitster” (what’s in a name ?) Marleen Platteau (cultuurcoördinatrice in Ternat). Wat ze van die kritiek vindt ? Wederwoord. “Jammergenoeg”, zo zegt haar medewerkster, “heeft ze een vrije dag”. Dat is haar gegund, de culturele sector kent geen uren, en soms moet je de blok erop leggen, toch? Proberen bij Nathalie Tabury (Abbatoir Fermé) ook lid van de commissie. Maar zij wil liever niets kwijt, en verwijst door naar de voorzitster. Derde keer, goeie keer. Jan Knops (Initia). Hij kan niet vrij spreken wegens de deontologie. Maar hij heeft de debatavond “bij De Vieze Gasten” met de cultuurminister en anderen, wel degelijk meegemaakt. In tegenstelling tot wat Hein Mortier (De Figuranten) in het vragendeel had geopperd, namelijk dat er niemand van de commissie in de zaal aanwezig was, en dat het dus niet fair was dat de commissie op de korrel te nemen, wegens geen verweer. “Het enige –zegt Jan Knops- wat ik daarover (over het debat en het  publieksdeel) wil zeggen is, euh…dat ik vaak, en dat is echt het enige dat ik ga zeggen, … is, dat ik het nogal ongenuanceerd vond. Ik bedoel, je spreekt wel over collega’s, hé, die zitting hebben in die commissie. Ik kan me voorstellen dat als je een negatieve beoordeling hebt gekregen, dat je daar in een welbepaalde mate boos over bent, maar om dan de integriteit en de deskundigheid van mensen te viseren, vond ik tamelijk zwak.”

Maar Marleen Platteau belt terug. Altijd fijn voor een reporter. Een open gesprek, dat wel. Maar ze heeft zich te houden aan duidelijke grenzen. Alles is nog in volle subsidieronde, ze kan er niet echt over praten. Het hele preadvies moet ook nog de politieke weg volgen. Op de concrete kritiek zelf? “We hebben alle organisaties bezocht. We hebben de sector gevolgd op vlak van dossier, werkbezoek, prospectie. Niemand van de commissie werkt in een SAP, dat is een kwestie van te kunnen objectiveren. Ik ga niet in op concrete dossiers, of waarom een organisatie een negatief preadvies heeft gekregen. Het herleiden tot het wel of niet aanwezig zijn op activiteiten of werkbezoeken van commissieleden en de kennis van de sector is wel een heel erg mager argument. Als ik zie op welke manier de mensen zich inzetten voor de commissie, naast hun voltijdse jobs… We kunnen niet alle producties van alle organisaties volgen, dat is een feit, dat is een realiteit. Maar van daaruit concluderen dat we de sector niet kennen, dat we geen hart hebben voor de sector… dat vind ik wel kort door de bocht. Elk van ons heeft een aantal organisaties te volgen, die ze beter kennen, of waar ze mensen van kennen of geografisch dichterbij wonen. Ik zelf heb voorstellingen bijgewoond zonder dat de mensen het weten dat ik er ben. Ik kan best begrijpen dat mensen op basis van een negatief preadvies, het moeilijk hebben.”

Ben ik dwaas en naïef als ik vind dat precies deze commissie, van een jonge en bruisende sector, geen “oordeel” zou moeten vellen, maar de verdomde plicht heeft te ondersteunen, te evalueren om te evolueren ? Minder afbraak, meer opbouw ? Of zoals iemand me stellig toevertrouwde, zo’n commissie zou meer partner dan boeman moeten zijn van de sociaalartistieke praktijk. Want nu, zeker na de negatieve preadviezen, is er meer negatieve energie, afbraak, en dat maakt mensen kapot. Dossiers vreten, papieren molens, het fnuikt een bloem in bloei.

Overheidsgeld verdelen moet zorgzaam en nauwkeurig gebeuren. Dat vind ik ook. Dat er afspraken moeten gemaakt, lijkt me logisch. Een soort reglement opgesteld, jazeker. Maar dan wel met grote kennis van zaken, toch? Analyse van de … praktijk, graag.

En dan is er nog dat “ballonnetje” van Minister Schauvliege: “Het is nog maar een idee”. Naar analogie  met het Vlaams Audiovisueel Fonds denkt de minister hardop aan een Fonds voor de sociaalartistieke sector om het geld te verdelen. Dat lijkt op het eerste gezicht prima en leuk, maar met een “fonds” is er nog nauwelijks publiek debat over inhoud en analyse. En dat blijft toch essentieel als het over een openbare kwestie gaat, of zoals Joke Schauvliege het zelf stellig zegt (video op www.enterfestival.be): “In de grondwet staat dat Cultuur een recht is en het sociaalartistieke brengt dat in de praktijk”.

Een laatste indruk van een onbevangen en wellicht overbezorgde buitenstaander. Tijdens het debat bleef een collectief “neen” achterwege. Je zou voor minder, meer (protest) verwachten. Waarom? Om dat iedere SAP op zijn eigen kassa leunt? Omdat er soort “divide et impera” effect in de sector hangt? Omdat er te weinig tijd is (gemaakt) voor actie voeren en beweging maken?

 

Ng Sauw Tjhoi