[REPO] Een vlieg in een stortbad

22 mrt

Een interview met de makers van Sa Majesté des Mouches, producer Maarten Goffin en regisseur Hendrik Aerts van het gezelschap Bleeding Bulls.

Is Bleeding Bulls een sociaalartistieke organisatie?

Hendrik: ‘Wij zijn in de eerste plaats een toneelgezelschap. We hebben inderdaad een sociaal artistiek project gemaakt in Burkina Faso, dat we daarom een sociaal artistiek gezelschap zijn zou ik niet durven zeggen. We kiezen stukken,  maken ze en stellen ze voor in een sociale omgeving. Dat is onze doelstelling nu maar daar is er een hele evolutie aan vooraf gegaan.’

Waarom hebben jullie deze voorstelling in Burkina Faso gemaakt?

Hendrik: ‘Drie jaar geleden bij de oprichting van het Festival Des Arts in Burkina Faso werd ons gevraagd om een voorstelling te maken met jongeren. Toen noemden ze dat met ‘jongeren in moeilijkheden’. Wij proberen nu het woord moeilijkheden heel hard weg te houden. We hebben het over jonge acteurs, dat vind ik interessanter. Je gaat naar een land dat in moeilijkheden zit, een ontwikkelingsland. En je probeert daar een project op poten te zetten met jonge gasten die de droom koesteren om acteur te worden. Zij hebben geen middelen om die droom te verwezenlijken, niet op financieel gebied en er is ook geen theateropleiding voorhanden. Dat is een beetje de insteek geweest om met dit project van start te gaan.

Dus de droom om te acteren was al aanwezig bij de jongeren toen jullie daar neerstreken?

Maarten:‘Ja, dat was ook de vereiste om aan het project mee te werken. Het is boeiend om met jongeren uit sloppenwijken zoals in Ouagadougou iets te kunnen maken. Maar het moest wel ergens naar toe gaan, het mocht niet zo maar een project zijn, gewoon educatief of sensibiliserend. Het project moest binnen de lijnen van ons vakdomein liggen of beter, binnen dat van Hendrik. Het moest ergens naar toe gaan dat voor ons herkenbaar was, zeker in een ontwikkelingland als Burkina Faso. We zijn tenslotte  geen psychologen of sociaalwerkers, we zijn theatermakers die met acteurs werken.

Wat was het verband tussen de titel en het thema van het stuk en mensen daar, hoe heb je de link gelegd?

Hendrik: ‘Ik heb er nooit op die mannier over nagedacht, ik had het stuk evengoed in Antwerpen  kunnen  maken. Ik heb niet gekozen voor dit stuk omdat de verhalenlijn van het boek overeenkomsten vertoond met de situatie in Burkina Faso. Wat wel waar  is, is dat de personages in het boek van William Golding kinderen zijn die zichzelf en de anderen rondom hen leren kennen, het goede wordt niet voor het kwade gespaard, dat is universeel. Het enige verschil is dat we met bijna volwassenen werken, tussen de zeventien en achtentwintig jaar. Dat zijn geen kinderen meer, het is gewoon een zeer inspirerend verhaal waar plaats tijd of leeftijd geen rol speelt.’

Het is altijd en overal actueel?

Maarten: ‘Ja, het kan overal gemaakt worden. Daar zijn we expliciet naar op zoek gegaan, onze eerste stuk bijvoorbeeld was Hamlet en we hadden daar zeer bewust voor gekozen. Ik geloof er niet in, maar nu spreek ik alleen voor mezelf, dat je na enkele weken  in Burkina Faso te werken kan  beweren dat je het land goed genoeg kent en daarover een stuk kan schrijven, dat is niet realistisch. Daar gaan jaren over voor er iets uit kan vloeien, dat is onmogelijk in twee of drie weken tijd’

Hoe verliepen de eerste contacten  in Burkina Faso?

Hendrik: ‘In Burkina Faso iets op poten zetten, dat valt niet mee dat is zelfs zeer zwaar, je wil ergens naar toe maar er  beweegt niets. Je komt daar als westerling binnen met een theater project in je hoofd dat je met grote ambitie opgestart hebt, of  dat je toch met zeer veel overtuiging wilt brengen’

Maar zo simpel ligt het niet?

Hendrik: Soms wil je tientallen dingen op een dag doen, waar je er twee misschien drie kan uitvoeren.

Zijn het dan de acteurs die het tempo aangeven?

Maarten: ‘De acteurs niet zo zeer, maar alles wat er ronddraait vooral als het op organisatie aan komt, dat gaf altijd problemen’

Vorig jaar zijn jullie er niet in geslaagd om in België te geraken, de visa werden geweigerd?

Maarten: ‘Ja, maar dat lag niet bij de verantwoordelijken in Burkina Faso, maar bij de ngo waar we mee samen werkten. Naar mijn mening zijn zij zeer nalatig geweest, ze hadden zo iets van “dat komt wel goed” maar het komt niet goed!  En dan beginnen de problemen en dat kost heel veel tijd. Ik ben samen met een medewerker drie weken van ‘s morgens vroeg tot ’s avonds laat bezig geweest om alles rond te krijgen, en daarna zijn we nog weken in de weer geweest. De dienst vreemdelingen zaken kijkt naar alles, waar ze gaan slapen, eten, welke vergoedingen of loon ze eventueel ontvangen, wanneer ze terugkeren,… Alles moeten ze weten en eigenlijk is dat wel terecht. Het probleem is: wij nemen die mensen mee naar Europa maar zullen die mensen nog wel een toekomstbeeld  hebben als ze moeten terugkeren naar het land van herkomst, willen ze nog wel terug keren? Op die vragen moet je kunnen anticiperen.

De vrees bestaat dat ze niet zullen terugkeren?

Maarten: ‘Dat gebeurt heel veel, daarom zijn ze ook zo lastig met die zaken. Ik herinner me de eerste keer bij de Belgische ambassade, toen de ambassadeur vroeg waarom we het Afrikaans project niet gewoon in Burkina Faso konden doen. Maar we hadden al veertig voorstellingen in België verkocht ! We gingen er hard tegen aan, door het feit dat de visa geweigerd werden werd ik zeer woest. Ik ben dan met Hendrik gaan praten en hebben samen besloten om er mee door te gaan.

Heeft die weigering om met de groep naar België te komen iets te weeg gebracht bij de acteurs, waren ze misschien ook extra gemotiveerd om door te zetten met het project?

Maarten: ‘Neen, we hebben heel hard moeten trekken, ze waren totaal gedemotiveerd. Ze konden dat niet vatten, het was de eerste keer dat ze met zulke zaken geconfronteerd werden, het was voor hen een grote droom om eens naar Europa te gaan en hun droom was aan diggelen geslagen. Je mag niet vergeten dat ze bij de familie, in hun wijk en andere wijken hadden verteld dat ze naar Europa vertrokken. Ze waren ontgoocheld, heel het proces van het project was kapot, en er groeide wantrouwen naar mij toe. In December 2010 ben ik dan terug gegaan met de boodschap dat ik samen met Hendrik een nieuw project wou maken. Ze waren op dat moment met een dansopleiding bezig, ik wist zelf niet zeker of we wel aan voldoende geld zouden  geraken om het nieuw project te financieren, dus heb ik ze enkele dagen de tijd gegeven om een antwoord te geven. Uitijdelijk was de beslissing genomen, het was een volmondig  ja.

Wel, dat is een heel avontuur geweest, ik wens jullie nog veel geluk met de voorstellingen en de film. Bedankt voor het interview.

Allebei: ‘Geen dank’

Hendrik,  jij doet  me denken aan dat personage uit A Clockwork Orange,  Malcolm of zoiets?

Hendrik: ‘Malcolm Mc Dowall, dat neem ik als een compliment’

 

Pat