[REPO] De tocht – de herontmoeting.

24 mrt

Een tekst over een zak vol zand en stenen.

Ik wandel in weemoed, met een leren zakje, bezittend aarde en stenen, grondstoffen van mijn wezen, zoekend naar een reden. Af en toe verspreid ik wat van mijn zand en/of leg ik een steen, maar vind nooit. Mijn pad vindt zijn oorsprong daarin, om zich enkel vast te zetten in herinneringen. Het beleven begint te ontbreken om op openstaande deuren te kloppen. Heengaan wordt tot zich binnenkeren. Uiteindelijk fluisteren ze in mijn oor: “ontdekkingstocht”. Ik ontdek. Een vlecht ontroert me. De realisatie brengt me tot een nieuwe kennismaking, waarbij euforie zich mee laat voeren.

Er opent zich een nieuwe deur, met een open zicht op de natuur in teken van liefde. De golven nemen me mee naar een groter besef dat zorgt voor een ontketening. Woorden van openbaring en wonderlijkheid. Om tot het punt te komen van het waarnemen van pure schoonheid.

De rust en kalmte dat het met zich meebrengt, stelt me tevreden. Het aanschouwen ervan. Stilstaan bij. Bewust zijn van de verbinding met de oorsprong, wordt een logisch gevolg. De wortels van toen groeien uit tot de kruin van nu.

Er is geen gemis, enkel een soort verlangen dat aangroeit.

Afwachtend tot de vervulling van zijn verlangen knaagt hij verder aan zijn honger. Zijn hoger gelegen doel is verderop, verder dan aanvankelijk werd gedacht. Hij lest zijn dorst, met de overblijfsels van de overstroming, om uitgedroogd te eindigen met een lege emmer.

Een nieuw verhaal start vroeger dan voorheen in een ver verleden tijd. Ver weg zaten ze samen op hun rots met hun zand en bergen stenen. Een daalt af uit nieuwsgierigheid om te verkennen. Op de rots zittend verliest de ene de ander uit het zicht. Overmand door het aanzicht van het verlies van de andere, begint de andere aan een zoektocht, zonder einde in eenzaamheid.

Het heden bewijst zich intenser dan voordien. De verduidelijking brengt een openheid, dat verademt binnen het toonbeeld van de verwerkelijking. Het klaart op, waaiend herinneren ze zich de signalen van de vergane tijd. Ieder stap vooruit wordt een hinder in de beklimming van het dal.

Hier en nu, hervinden ze zich in dezelfde start, als toen het einde was geweest binnen die overmacht. Ze struikelen opnieuw, worstelen, tollen in het rond, met een kans op stilstand om aan te ontkomen. De eenzaamheid wordt opnieuw de ruimte, in gezelschap van de wanhoop om te zoeken naar het verdwaalde, slechts in geest. Overwoekerend geraakt de ene stilaan binnen de bergtoppen van het landschap.

 

Nubian (performer)

Trad op 22 maart op bij’ De Vieze Gasten.